Windturbines moeten voldoende afstand houden tot woningen om overlast te beperken. De exacte afstand hangt af van verschillende factoren en regelgeving. Hoe verder de turbines van bestaande woningen komen achterstaan, hoe makkelijker of minder moeilijk het wordt om te voldoen aan grenzen van geluidsproductie en slagschaduw.

In Nederland wordt vaak gewerkt met een afstandsnorm van ongeveer 2 keer de tiphoogte van de turbine. Bij een moderne turbine die 250 meter hoog reikt, betekent dit een minimumafstand van ongeveer 500 meter tot woningen. Deze regel geldt ongeacht of de geluidsproductie binnen de wettelijke norm van 45 dB blijft.

Naast deze afstandsregel moeten windturbines ook voldoen aan geluidsnormen. De standaardgrenswaarden zijn 45 dB Lden (gemiddeld over dag, avond en nacht) en 39 dB Lnight (alleen ‘s nachts). Ook gelden er normen voor slagschaduw – de bewegende schaduw van de draaiende wieken mag niet te veel hinder veroorzaken bij woningen.

Voor externe veiligheid geldt dat woningen buiten de risicozone moeten liggen, waar het risico op een ongeval met de turbine niet hoger mag zijn dan één op de miljoen per jaar. Deze zone wordt per turbinetype en locatie nauwkeurig berekend.

Als energiecoöperatie streven wij ernaar om waar mogelijk ruimere marges aan te houden dan strikt wettelijk verplicht, omdat wij de impact op de leefomgeving van omwonenden belangrijk vinden.

Stel je vraag