Windturbines kunnen verschillende vogelsoorten beïnvloeden, zowel door directe aanvaringen als door verstoring van hun leefgebied. Wij vinden dit een belangrijk onderwerp en laten uitgebreid ecologisch onderzoek uitvoeren om de effecten op vogels in kaart te brengen.
We onderzoeken de mogelijkheden om de impact voor vogels te beperken. Tijdelijke stilstand in het geval van waargenomen vogeltrek is daarbij een van de mogelijkheden.
Grote roofvogels zoals buizerds, haviken en soms zeearenden zijn kwetsbaar omdat zij vaak op dezelfde hoogte vliegen als de rotorbladen en minder wendbaar zijn. Deze soorten kunnen minder goed uitwijken voor de draaiende wieken. Ook trekvogels die in grote groepen vliegen kunnen risico lopen, vooral bij slecht weer of mist wanneer het zicht beperkt is.
Bijzondere aandacht gaat uit naar beschermde soorten die in onze regio voorkomen. Uit het ecologisch onderzoek zal blijken welke soorten daadwerkelijk in het gebied broeden of regelmatig foerageren.
Modern onderzoek toont aan dat kleinere zangvogels meestal goed kunnen uitwijken voor windturbines. De impact op deze soorten is doorgaans veel kleiner dan aanvankelijk werd gevreesd. Veel belangrijker voor de bescherming van vogels is het behoud en de ontwikkeling van natuurgebieden en broedplaatsen rondom het windpark.