Bij windturbinebladen kunnen zeer kleine hoeveelheden PFAS vrijkomen door slijtage aan de buitenste beschermlaag. PFAS (per- en polyfluoralkylstoffen) worden gebruikt in speciale coatings die de bladen beschermen tegen erosie door wind, regen en UV-straling.

Wanneer deze coating door weersomstandigheden langzaam slijt, kunnen microscopische deeltjes in het milieu terechtkomen. Uit recent onderzoek van onder andere TNO blijkt dat de uitstoot per turbine wordt geschat op enkele grammen per jaar. Ter vergelijking: dit is vele malen minder dan de PFAS die vrijkomen door andere bronnen zoals industriële processen, brandblussers of behandeling van textiel.

De energiesector werkt aan PFAS-vrije alternatieven voor blade-coatings. Moderne turbines krijgen steeds vaker coatings zonder deze stoffen. Wij volgen deze ontwikkelingen nauwlettend en zetten in op de nieuwste technieken om emissies tot een minimum te beperken. Ook komt dit onderwerp expliciet aan de orde in de milieueffectrapportage voor ons windpark, zodat de effecten op de lokale leefomgeving goed in kaart worden gebracht.

Stel je vraag