Windturbines worden steeds groter vanwege de fysica van windenergie en economische overwegingen.
De wind waait hoger in de lucht veel constanter en krachtiger dan vlak boven de grond. Het vermogen in de wind stijgt met de derde macht van de windsnelheid – als de wind twee keer zo hard waait, levert dat acht keer zoveel energie op. Door turbines hoger te bouwen, kunnen ze gebruik maken van deze stabielere en sterkere wind. Een moderne turbine van 250 meter hoog kan daardoor 30 tot 50 procent meer elektriciteit opwekken dan een lagere turbine op dezelfde locatie. Tegelijkertijd zijn de vaste kosten zoals de netaansluiting, fundering en vergunningsprocedure hetzelfde, waardoor grotere turbines veel rendabeler zijn per opgewekte kilowattuur. Dit betekent dat we met minder molens in het landschap toch genoeg duurzame energie kunnen opwekken voor de energietransitie.