Windturbines hebben een directe impact op vogels door botsingen met de rotorbladen of de mast. Dit staat bekend als vogelslag. Daarnaast kunnen turbines het gedrag van vogels beïnvloeden door barrièrewerking – vogels wijken uit voor de turbines, wat hun vliegroutes en energiegebruik kan verstoren.

Bij elk windproject wordt uitgebreid onderzoek gedaan naar vogels en vleermuizen volgens de natuurwetgeving. Dit omvat het in kaart brengen van vliegroutes, broedgebieden en de aanwezigheid van beschermde soorten. Als uit dit onderzoek blijkt dat de impact te groot is voor kwetsbare soorten, moet het project worden aangepast of kunnen er geen turbines worden geplaatst.

Ter perspectief: studies tonen aan dat windturbines verantwoordelijk zijn voor ongeveer 1% van alle door menselijke activiteiten veroorzaakte vogelsterfte. Huiskatten, gebouwen met glazen gevels en het wegverkeer veroorzaken veel meer vogelslachtoffers dan windenergie. Bovendien draagt windenergie bij aan het tegengaan van klimaatverandering, wat op lange termijn de grootste bedreiging vormt voor vogelpopulaties wereldwijd.

Bij moderne windparken kunnen mitigerende maatregelen worden genomen, zoals seizoensgebonden stilstand tijdens belangrijke trekmomenten, radar- of camerasystemen die turbines tijdelijk uitschakelen bij naderende vogels, of het aanleggen van nieuwe natuurgebieden als compensatie.

Stel je vraag