Wij begrijpen dat u zich zorgen maakt over mogelijke uitstoot van gevaarlijke stoffen door windturbines. Dit is een begrijpelijke vraag die de laatste tijd vaker wordt gesteld. De hoofdzorgen gaan over stoffen zoals Bisfenol A (BPA) en microplastics die kunnen vrijkomen door slijtage van de turbinebladen.

Uit recent onderzoek van het RIVM en TNO blijkt dat de uitstoot per turbine wordt geschat op gemiddeld 0,2 gram BPA per jaar – dit is vele malen minder dan wat via het wassen van synthetische kleding of industriële slijtage in ons milieu terechtkomt. Ook komen er microplastics vrij door erosie aan de randen van de bladen, maar de totale uitstoot door alle Nederlandse windturbines samen is minder dan 0,01% van alle microplastics in ons milieu.

Wij kiezen voor moderne technieken om deze emissies tot een minimum te beperken, zoals speciale coatings en preventief onderhoud, en blijven de wetenschappelijke ontwikkelingen nauwgezet volgen om de veiligheid te waarborgen.

Ja, vleermuizen kunnen inderdaad hinder ondervinden van windturbines. Dit is een serieus aandachtspunt dat wij als energiecoöperatie EENS meenemen in onze onderzoeken en planvorming.

Vleermuizen zijn kwetsbaar voor windturbines om verschillende redenen. Ze kunnen direct gewond raken door de draaiende rotorbladen, maar het grootste risico is eigenlijk barotrauma – inwendige verwondingen door de plotselinge drukveranderingen die ontstaan vlak bij de wieken. Daarnaast trekken windturbines vleermuizen aan omdat ze de structuren kunnen verwarren met bomen, en ze jagen graag op de insecten die zich rond de turbines verzamelen.

Bij de ontwikkeling van ons windpark voeren we daarom uitgebreid onderzoek uit naar vleermuisactiviteit in het gebied. We kijken welke soorten er voorkomen, wat hun vliegroutes zijn en wanneer ze het meest actief zijn. Op basis van deze gegevens kunnen we gerichte maatregelen nemen, zoals het tijdelijk stilzetten van turbines tijdens periodes van hoge vleermuisactiviteit – vooral in de nazomer wanneer veel soorten migreren.

We houden ons aan de natuurwetgeving en zorgen ervoor dat beschermde vleermuissoorten niet in gevaar komen. Uit onderzoek moet blijken hoe groot de impact is en hoe die zoveel mogelijk kan worden beperkt.

Windturbines kunnen verschillende vogelsoorten beïnvloeden, zowel door directe aanvaringen als door verstoring van hun leefgebied. Wij vinden dit een belangrijk onderwerp en laten uitgebreid ecologisch onderzoek uitvoeren om de effecten op vogels in kaart te brengen.

We onderzoeken de mogelijkheden om de impact voor vogels te beperken. Tijdelijke stilstand in het geval van waargenomen vogeltrek is daarbij een van de mogelijkheden.

Grote roofvogels zoals buizerds, haviken en soms zeearenden zijn kwetsbaar omdat zij vaak op dezelfde hoogte vliegen als de rotorbladen en minder wendbaar zijn. Deze soorten kunnen minder goed uitwijken voor de draaiende wieken. Ook trekvogels die in grote groepen vliegen kunnen risico lopen, vooral bij slecht weer of mist wanneer het zicht beperkt is.

Bijzondere aandacht gaat uit naar beschermde soorten die in onze regio voorkomen. Uit het ecologisch onderzoek zal blijken welke soorten daadwerkelijk in het gebied broeden of regelmatig foerageren.

Modern onderzoek toont aan dat kleinere zangvogels meestal goed kunnen uitwijken voor windturbines. De impact op deze soorten is doorgaans veel kleiner dan aanvankelijk werd gevreesd. Veel belangrijker voor de bescherming van vogels is het behoud en de ontwikkeling van natuurgebieden en broedplaatsen rondom het windpark.

Windturbines hebben een directe impact op vogels door botsingen met de rotorbladen of de mast. Dit staat bekend als vogelslag. Daarnaast kunnen turbines het gedrag van vogels beïnvloeden door barrièrewerking – vogels wijken uit voor de turbines, wat hun vliegroutes en energiegebruik kan verstoren.

Bij elk windproject wordt uitgebreid onderzoek gedaan naar vogels en vleermuizen volgens de natuurwetgeving. Dit omvat het in kaart brengen van vliegroutes, broedgebieden en de aanwezigheid van beschermde soorten. Als uit dit onderzoek blijkt dat de impact te groot is voor kwetsbare soorten, moet het project worden aangepast of kunnen er geen turbines worden geplaatst.

Ter perspectief: studies tonen aan dat windturbines verantwoordelijk zijn voor ongeveer 1% van alle door menselijke activiteiten veroorzaakte vogelsterfte. Huiskatten, gebouwen met glazen gevels en het wegverkeer veroorzaken veel meer vogelslachtoffers dan windenergie. Bovendien draagt windenergie bij aan het tegengaan van klimaatverandering, wat op lange termijn de grootste bedreiging vormt voor vogelpopulaties wereldwijd.

Bij moderne windparken kunnen mitigerende maatregelen worden genomen, zoals seizoensgebonden stilstand tijdens belangrijke trekmomenten, radar- of camerasystemen die turbines tijdelijk uitschakelen bij naderende vogels, of het aanleggen van nieuwe natuurgebieden als compensatie.

Uit een groot onderzoek van het Nederlands Instituut voor Onderzoek van de Gezondheidszorg (Nivel) blijkt dat huisartsen over een periode van tien jaar (2012-2021) niet vaker gezondheidsklachten vaststelden bij mensen die binnen vijf kilometer van een windturbine wonen dan bij mensen die verder weg wonen. De onderzoekers bekeken tientallen mogelijke klachten, van moeheid en oorsuizen tot depressie en hartkloppingen, maar vonden geen duidelijke, consistente verbanden.

Het onderzoek analyseerde gezondheidsgegevens van 350.000 tot 560.000 mensen uit huisartspraktijken en is daarmee een van de grootste en langstlopende studies op dit gebied wereldwijd. De onderzoekers benadrukken zelf dat het een verkennende studie is die geen oorzakelijke verbanden kan bewijzen, alleen verbanden in kaart kan brengen.

Wel werd in de latere jaren van de studie bij sommige mensen dichter bij windturbines iets vaker spanningshoofdpijn of depressieve gevoelens geregistreerd. Dit was echter niet consistent over de hele onderzoeksperiode. Bij geluidsniveaus boven gemiddeld 42 decibel zag één studie een licht verhoogd gebruik van pijnstillers, maar ook dit werd niet consistent gevonden.

De wetenschappelijke consensus, gesteund door organisaties zoals de WHO en het RIVM, is dat windturbinegeluid – mits het voldoet aan de geldende normen – geen directe lichamelijke schade veroorzaakt.

Slaapverstoring door windturbinegeluid is een van de meest genoemde zorgen van omwonenden, en dat nemen wij als energiecoöperatie EENS serieus. Het is begrijpelijk dat u zich hierover zorgen maakt, want goede nachtrust is essentieel voor uw gezondheid en welzijn.

Uit het grootste Nederlandse onderzoek naar dit onderwerp, uitgevoerd door het Nivel over tien jaar tijd bij honderdduizenden mensen, bleek geen aantoonbaar verband tussen nabijheid van windturbines en slaapproblemen die bij de huisarts werden gemeld. Toch ervaren sommige omwonenden in de praktijk wel slaaphinder, en die ervaring is reëel. Of u last heeft van het geluid hangt af van persoonlijke gevoeligheid, de afstand tot de turbines en ook of u betrokken bent geweest bij de planvorming. Het geluid van windturbines wordt door sommige mensen als hinderlijker ervaren dan vergelijkbaar verkeersgeluid, vooral vanwege het ritmische “wiep-wiep” karakter. ‘s Nachts kan het geluid meer opvallen omdat het achtergrondgeluid dan wegvalt, ook al zijn de wettelijke normen voor de nacht strenger dan overdag.

Wij houden ons aan de geldende normen en zetten in op zorgvuldige monitoring, maar erkennen dat normen niet altijd aansluiten bij individuele beleving.

FAQ categoriën

Blader per onderwerp

Heb je een vraag?

Heb jij een vraag of een zorg waarop je het antwoord hier niet vindt?

Stel je vraag