Nederland heeft afgesproken om de CO2-uitstoot drastisch te verlagen om klimaatverandering tegen te gaan. Windenergie op land is daarbij een belangrijk puzzelstukje omdat het relatief snel te realiseren is en ook in de winter veel stroom produceert – juist wanneer zonnepanelen minder opleveren. Bovendien kunnen lokale gemeenschappen via energiecoöperaties mede-eigenaar worden van windparken, waardoor de opbrengsten in de regio blijven in plaats van naar grote energiemaatschappijen te vloeien. Hoewel windenergie op zee uiteindelijk meer kan opleveren, duurt de ontwikkeling daarvan langer en zijn de kosten hoger, terwijl wij de komende jaren al flink moeten inzetten op duurzame energie om onze klimaatdoelen te halen.

Netcongestie is een belangrijk probleem bij de elektrificatie van de energievoorziening. Er is een afvraag aan de motoren gemaakt met een netbeheerder om het windpark aan te kunnen sluiten. Daar zullen ook afspraken worden gemaakt hoe het windpark het netwerk kan belasten bij overcapaciteit. Als het elektriciteitsnet vol zit, kan de netbeheerder ons verplichten om de turbines tijdelijk stil te zetten, wat onze opbrengsten schaadt. Daarom ontwerpen wij het park ‘storage ready’ – we bereiden de netaansluiting voor op toekomstige batterijopslag die kan helpen bij piekmomenten.

Lokale opwek in combinatie met lokaal gebruik betekent ook dat elektriciteit over kleinere afstand hoeft te worden getransporteerd, en dat is goed voor de netcongestie.

Wij maken vooraf duidelijke afspraken over wat er gebeurt als de windturbines aan het einde van hun levensduur zijn gekomen. Moderne windturbines hebben een ontwerplevensduur van ongeveer 25 jaar, maar kunnen vaak langer meegaan met goed onderhoud. Na die periode zijn er drie hoofdopties: vervanging door nieuwe, modernere turbines (repowering), levensduurverlenging na grondige inspectie, of volledige ontmanteling. Voor de financiering van de ontmanteling wordt tijdens de bouw een garantiestelling of borgsom gestort, zodat de kosten gedekt zijn ongeacht de financiële situatie van de exploitant op dat moment. Ongeveer 90% van een windturbine (zoals staal, beton en koper) is goed recyclebaar, en voor de composiet wieken ontwikkelt de industrie steeds betere recyclingtechnieken.

Bij windturbinebladen kunnen zeer kleine hoeveelheden PFAS vrijkomen door slijtage aan de buitenste beschermlaag. PFAS (per- en polyfluoralkylstoffen) worden gebruikt in speciale coatings die de bladen beschermen tegen erosie door wind, regen en UV-straling.

Wanneer deze coating door weersomstandigheden langzaam slijt, kunnen microscopische deeltjes in het milieu terechtkomen. Uit recent onderzoek van onder andere TNO blijkt dat de uitstoot per turbine wordt geschat op enkele grammen per jaar. Ter vergelijking: dit is vele malen minder dan de PFAS die vrijkomen door andere bronnen zoals industriële processen, brandblussers of behandeling van textiel.

De energiesector werkt aan PFAS-vrije alternatieven voor blade-coatings. Moderne turbines krijgen steeds vaker coatings zonder deze stoffen. Wij volgen deze ontwikkelingen nauwlettend en zetten in op de nieuwste technieken om emissies tot een minimum te beperken. Ook komt dit onderwerp expliciet aan de orde in de milieueffectrapportage voor ons windpark, zodat de effecten op de lokale leefomgeving goed in kaart worden gebracht.

Windturbines worden steeds groter vanwege de fysica van windenergie en economische overwegingen.

De wind waait hoger in de lucht veel constanter en krachtiger dan vlak boven de grond. Het vermogen in de wind stijgt met de derde macht van de windsnelheid – als de wind twee keer zo hard waait, levert dat acht keer zoveel energie op. Door turbines hoger te bouwen, kunnen ze gebruik maken van deze stabielere en sterkere wind. Een moderne turbine van 250 meter hoog kan daardoor 30 tot 50 procent meer elektriciteit opwekken dan een lagere turbine op dezelfde locatie. Tegelijkertijd zijn de vaste kosten zoals de netaansluiting, fundering en vergunningsprocedure hetzelfde, waardoor grotere turbines veel rendabeler zijn per opgewekte kilowattuur. Dit betekent dat we met minder molens in het landschap toch genoeg duurzame energie kunnen opwekken voor de energietransitie.

FAQ categoriën

Blader per onderwerp

Heb je een vraag?

Heb jij een vraag of een zorg waarop je het antwoord hier niet vindt?

Stel je vraag